“In de cockpit ben ík de baas”

“In de cockpit ben ík de baas”

Dat Noël Essers regelmatig op rally-avontuur trekt, is u vast niet ontgaan. In onze nieuwsbrieven berichtten we er al eerder over. En ook na zijn pensionering is de liefde voor trucks allerminst bekoeld. Een ware passie, die Noël en zijn teamleden een fantastische tweede podiumplaats opleverde in de Africa Eco Race.

De Africa Eco Race wordt ook wel als vervanger beschouwd van de voormalige Parijs-Dakar, die verplaatst werd naar Zuid-Amerika. “In totaal hebben we zo’n 15 keer deelgenomen aan Parijs-Dakar, ook in Zuid-Amerika waar we onder andere Argentinië, Chili en Uruguay aandeden,” aldus Noël Essers. “Maar toen de Africa Eco Race gelanceerd werd, besloten we om ons actieterrein terug te verleggen naar het Afrikaanse continent.”

Hoe verloopt zo’n race?

“Samen met alle deelnemers vertrokken we op 30 december vorig jaar vanuit de haven van Monaco, om koers te zetten richting Marokko. Een boottocht van zo’n 36 uur, en voor mij toch wel een bijzondere: ik werd immers 75 jaar. Zwaar gefeest werd er echter niet, we moesten, bij onze aankomst in Nador, immers fris zijn voor het eerste deel van de race: de proloog. Een opwarmertje van zo’n 90 kilometer doorheen onder andere het Atlasgebergte. Met ‘we’ bedoel ik trouwens mijn vaste teamleden en trouwe compagnons de route: Marc Lauwers is co-piloot en zorgt voor de navigatie, Johan Cooninx is mechanieker.”

“Na de proloog begint de échte race richting de eindmeet aan het Lac Rose, op het strand van Dakar in Senegal. Die trekt vooral door de woestijn en is in totaal nog 6000 kilometer lang. Onze enige bekommernis is dan vooral: blijven rijden. Daarvoor moet je het terrein en het soort zand zo goed mogelijk inschatten, en onder andere je bandendruk daarop afstemmen. Ook de navigatie is cruciaal. Een verkeerd ingeschatte ondergrond of bocht, kan je uren kosten. Ooit hebben we zelfs meerdere dagen vastgezeten in de woestijn met een defecte compressor. En toen het team dat ons een nieuwe compressor had gebracht net terug vertrokken was, kwamen ze niet onzacht in aanraking met een kameel. Je maakt wel wat mee tijdens zo’n race …”

Hoe bereidt u zich voor op zo’n race? Fysiek is het geen lachertje …

“Dat klopt, je moet wel tegen een stootje kunnen. Alleen al dat voortdurende schudden en hobbelen in de cabine omdat je over zand of onverharde routes rijdt en dit uiteraard het liefst zo snel mogelijk. Neen, genieten van de omgeving zit er niet echt in tijdens zo’n race. Tijd om even te stoppen om die olifantenkudde die daar loopt te bewonderen, is er niet, vrees ik.”

“En dan is er natuurlijk die onontkoombare, verzengende hitte in de woestijn – ooit bereikte het kwik maar liefst 53° C! En airco hebben we natuurlijk niet … Even goed koelt het ’s nachts soms zo sterk af dat het ijs op je tentje staat. Comfort is er niet bij tijdens zo’n race, maar meestal ben je al blij dat je voor een paar uur in je tent kunt kruipen. Heb je pech gehad onderweg, dan kom je soms pas ’s nachts aan op de stopplaats. Van slapen is er dan zelfs geen sprake. En ’s ochtends moet je even goed terug gefocust op weg. Ik ben gelukkig altijd actief geweest en kan die ongemakken wel aan. Als ik thuis ben trek ik er iedere ochtend met de hond op uit en verder vind je me regelmatig terug in de fitness.”

In de cabine heeft ieder zijn eigen taak. Een goede communicatie lijkt me cruciaal.

“Dat klopt, je bent voortdurend in overleg. Krijg ik te laat aangegeven welke bocht ik moet nemen, of zien we te laat dat de ondergrond verandert, kan dit grote gevolgen hebben. Maar na al die jaren zijn we ontzettend goed op elkaar ingespeeld. Er wordt wel wat afgeroepen in the heat of the moment, maar dat is snel weer vergeten. Dit jaar liep trouwens alles zo goed dat we een tweede podiumplaats wisten te bemachtigen. Een heerlijke bekroning voor al die geleverde inspanningen. En, geef toe, een mooi verjaardagscadeau (lacht).”

Vorig jaar trok u ook met CEO Gert Bervoets op avontuur.

“Ja, en in de cockpit ben ík de baas (lacht). We namen deel aan de Morocco Desert Challenge. Hij ging mee als navigator. Natuurlijk kennen Gert en ik elkaar door en door, maar op mekaar aangewezen zijn in zo’n cabine, is toch nog wat anders. Zeker als je zoiets voor een eerste keer doet. Ik weet niet of het voor hem voor herhaling vatbaar is, voor mij in elk geval wel. Al moet ik zeggen dat ik mijn familie beloofd heb om de eerste tijd thuis te blijven …. Misschien later nog een keer?”

Bekijk hier het interview met Noël Essers op Eurosport: